|
|
|
| Waterzuivering |
 |
Grote roterende borstels brengen lucht in het water. Zo wordt er zuurstof aan het zuurstofarm water toegevoegd. Hierdoor gebeurt een oxidatieproces. Tweewaardig ijzer wordt zo omgezet in driewaardig ijzer. De kleine ijzerdeeltjes kleven aan elkaar.
Wanneer het water in de beluchtingskamer over de roterende borstels gestroomd heeft, vloeit het via een kanaaltje naar een andere zaal, de filterzaal. De zaal bevat 4 filterbakken. Op de bodem van elke bak zijn er twee filterbedden. Elk filterbed bestaat uit 6 lagen keitjes van verschillende grootte. Onderaan liggen de grootste en bovenaan de kleinste. Na verloop van tijd (± 24 uur) is de "ijzerlaag" die een echte korst bovenop de fijnste keitjes vormt zo dik, dat er nauwelijks nog water kan doorsijpelen. Die ijzerkoek moet weggenomen worden.
Men sluit de klep waar het water de filterbak binnenstroomt, zodat de toevoer in die filterbak gestopt wordt. Via een andere klep onderaan in de filterbak laat men al het niet gefilterde water naar een gracht lopen. Zo komt de filterbak min of meer droog te staan. Daarna laat men de filterbedden leeglopen tot op ongeveer 15 cm van de bovenste boord. Nu zal men onderaan het filterbed lucht doorheen de keilagen persen, zodat de ijzerkoek bovenop de keien los gemaakt wordt. Daarna zal men van onderaan naar boven zuiver water door de keien sturen. Zo worden de keitjes gewassen. Tijdens het "spoelen" wordt al het spoelwater via de nog openstaande klep in de filterbak naar de gracht afgevoerd. Wanneer er geen vuil meer met het spoelwater meekomt zijn de filterbedden in de filterbakken geheel gezuiverd. De klep naar de gracht wordt gesloten en de aanvoerklep wordt weer geopend vanuit de beluchtingskamer. De filterbak kan weer vollopen en het zuiveren van het water kan weer beginnen.
|
|
|
|