Contacteer ons: 058 53 38 33

IWVA

> Bedrijfsinfo > Internationale samenwerking > Burkina Faso

Project Burkina Faso

Deze West-Afrikaanse republiek is met een oppervlakte van 267.950 km² bijna 9 keer zo groot als België. In de koloniale tijd noemde het land ‘Opper-Volta’ naar de naam van de rivieren (Rode, Wite en Zwarte Volta) die door het land stromen.

Burkina Faso telt 45 provincies. De overwegend jonge bevolking telde in 2014 ca 18 miljoen mensen wonen.

Het land grenst ten zuiden aan Ivoorkust, Ghana, Togo en Benin, ten westen en ten noorden aan Mali en ten oosten aan Niger. Het is één van de armste landen ter wereld. De hoofdstad Ougadougou ligt centraal in het land en er wonen inmiddels bijna 2 miljoen mensen.

In Ougadougou valt er gemiddeld ongeveer evenveel neerslag als bij ons, namelijk 786 mm, maar de neerslag is slecht verdeeld over het jaar en valt voornamelijk tijdens het regenseizoen vanaf mei t.e.m. september. De gemiddelde temperatuur bedraagt er 28,3°C. In sommige streken valt er meer neerslag; in andere dan weer minder. Grote delen van het land behoren tot de Sahel. Door de slechte verdeling van de regen over het jaar heerst er veel droogte.

Burkina Faso is een agrarisch land; 95% van de mensen zijn boeren. Het heeft geen delfstoffen. De bodem is geërodeerd en van nature bedekt met tropisch grasland. De land- en tuinbouw zijn gericht op zelfvoorziening met teelten als witte en rode sorgho, milo/millet, zoete aardappelen, rijst als zetmeelleveranciers, wat maïs rond het “erf”, katoen voor de inlandse markt, kippen, geiten en schapen. De beperkte veestapel heeft meer een symboolwaarde voor de eigenaar-veehoeder dan een economische betekenis. De ezel is het trekdier.

Naast de landbouw is er wat artisanale nijverheid, geen sterke economie. De export is dan ook zeer beperkt. De handel is veelal in handen van mensen uit Libanon, die uitgeweken zijn als gevolg van de onrust in hun land. Ook Libië investeert in Burkina Faso.

Het land land was vrij stabiel tot er in 2014 een revolte was tegen de regerende president. Er heerst godsdienstvrijheid. Ongeveer 60% van de mensen zijn moslim, 25% belijdt het traditionele geloof en 15% zijn katholiek. Er gaan weinig kinderen naar school doordat de ouders geen geld hebben of ze op het land moeten helpen en daardoor is het grootste deel van de mensen analfabeet. Mede door de grote armoede en honger als gevolg van de droogte ligt de levensverwachting slechts rond 45 jaar.

Wat doet de IWVA nu in Burkina Faso ?

Via pater Walter Oyaert (1935-2007), die geboren is in Gyverinkhove, is de IWVA in contact gekomen met Burkina Faso. Hij was er werkzaam op de parochie Méguet.

Méguet ligt op ongeveer 135 km ten oosten van de hoofdstad in de provincie Ganzourgou en telde eind 2014 ca 45.600 inwoners, verdeeld over 21 dorpen. Er valt jaarlijks 650 tot 850 mm neerslag.

Méguet wordt geleid door een gemeenteraad. Elk dorp heeft ook nog zijn ‘chef’, een functie die van vader op zoon overgedragen wordt. De chef heeft veel te zeggen en regelt onder andere het gewoonterecht en het religieuze leven. De burgemeester is de administratieve verantwoordelijke naast de chef.

Waterproblematiek

Naast de nood aan drinkwater is er water nodig voor de was, de eigen hygiëne, de dieren en dit zowel in de regenperiode als in de droogteperiode. Alleen boorputten kunnen daarin voorzien aangezien het regenwater tijdens de regenperiode onmiddellijk wegstroomt. In de droge periode droogt de bovenlaag uit. De grondlaag boven de rotsen is onvoldoende waterhoudend.

De geologische structuur bestaat van boven naar onder uit teelaarde, wat zandleem, klei en tenslotte rotsgesteente (graniet). Het water kan alleen opgepompt worden uit breuken in het rotsgesteente op een diepte van 80 à90 meter. De aanwezigheid van deze waterhoudende breukzones in de ondergrond wordt bij het boren vooraf gedetecteerd met elektrische metingen. Daarbij maakt men gebruik van verschillen in geleidbaarheid in de ondergrond.

Sedert 1999 voorziet de IWVA regelmatig geld voor het plaatsen van boorputten. Van iedere boring wordt een verslag gemaakt. Momenteel zijn reeds 18 boorputten beschikbaar in de parochie Méguet. Deze hebben een relatief beperkt debiet, namelijk 600 tot 1000 liter per uur. Alle water wordt handmatig opgepompt, met een wielpomp, geproduceerd in Ouagadougou, of met een steelpomp, van Indische makelij. Bij de keuze van deze twee types is beschikbaarheid van wisselstukken belangrijk. Er is geen informatie over het aantal gebruikers. De enige maatstaf is dat geen enkele put van zonsopgang tot zonsondergang onbemand is, steeds is er volk om water.

De lokale bevolking wordt vooraf gesensibiliseerd en betrokken bij het boren van een put. Er wordt uitleg gegeven over de plannen, er wordt een ‘comité d’eau’ verkozen, die verantwoordelijk wordt voor de dagelijkse uitbating (met o.a. herstellers, verantwoordelijken voor de hygiëne rond de put, een schatbewaarder, secretaris, voorzitter). Zo worden de gebruikers medeverantwoordelijk wat de duurzaamheid van het project moet veilig stellen.

De gemeenschap die zal kunnen gebruik maken van het water, moet zelf ook middelen inbrengen: hulp, materiaal en een financiële bijdrage. De gebruikers betalen een kleinigheid voor het opgepompte water. Daarmee kan een deel van het onderhoud gebeuren. Er is een pompverantwoordelijke. Die houdt de omgeving rond de pomp netjes; de pompen worden alleen blootsvoets betreden.

Een IWVA-boorput bestaat uit een betonnen plaat met omheinende muur die voorzien is van twee openingen voor toegang. Dan de pomp zelf, een afvoergoot voor het gemorste water die uitmondt in een drinkbak (vee) en tenslotte de overloop van de drinkbak met afgesloten insijpelbak. De financier wordt vermeld hetzij op een bord bevestigd aan de muur, hetzij op een vrijstaand bord.

De nabijheid van boorputten binnen “haalbare” afstand tot de dorpen zorgt voor een verbetering van het bestaan. Zo moet niet de ganse dag besteed worden aan water halen.